Een cliënt die zijn medicatie niet wil innemen. Een bewoner die 's nachts uit bed klimt met groot valgevaar. Een jongere die fysiek ingrijpen nodig heeft om zichzelf geen schade toe te brengen. In de gehandicaptenzorg zijn er momenten waarop vrijwillige zorg niet voldoende is. Op die momenten komt de Wet zorg en dwang in beeld.
De WZD is sinds 2020 van kracht en regelt wanneer en hoe zorgverleners onvrijwillige zorg mogen verlenen aan mensen met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening. Het uitgangspunt is helder: nee, tenzij. Onvrijwillige zorg is het uiterste middel, pas toegepast als alle vrijwillige alternatieven zijn overwogen.
Wat is onvrijwillige zorg?
De WZD spreekt over onvrijwillige zorg wanneer de cliënt of zijn vertegenwoordiger niet instemt met een zorgvorm, of wanneer de cliënt zich tegen de zorg verzet. Het gaat om negen vormen van zorg die in de wet worden benoemd, waaronder toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, afzondering, controle op gedrag en beperkingen in het persoonlijke leven.
Belangrijk detail: ook zorg waar de cliënt ogenschijnlijk mee instemt, kan onvrijwillig zijn als de cliënt wilsonbekwaam is op dat punt. De zorgverantwoordelijke moet dit zorgvuldig beoordelen en vastleggen. Het is dus niet voldoende om te kijken of een cliënt fysiek meewerkt. De vraag is of hij de gevolgen van de zorg kan overzien.
Het principe van ernstig nadeel
Onvrijwillige zorg mag alleen worden toegepast als er sprake is van ernstig nadeel. De wet omschrijft dit als dreiging van onder meer levensgevaar, lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. Zonder ernstig nadeel geen onvrijwillige zorg. Dat is een harde regel.
Daarnaast geldt het proportionaliteitsbeginsel. De inspectie toetst of de gekozen vorm van onvrijwillige zorg aantoonbaar proportioneel is in relatie tot het ernstige nadeel. Kon hetzelfde resultaat niet met minder ingrijpende middelen bereikt worden? Is er echt geen alternatief? Deze afweging moet zorgvuldig zijn en per cliënt individueel gemaakt worden.
Het stappenplan: van onderzoek naar uitvoering
De WZD kent een gestructureerd stappenplan dat zorgverleners verplicht om steeds opnieuw te kijken of onvrijwillige zorg nog nodig is en of er alternatieven zijn. Het stappenplan bestaat uit vijf stappen, met oplopende betrokkenheid van externe deskundigen.
Bij stap één bespreekt de zorgverantwoordelijke de situatie in een multidisciplinair overleg. Blijft onvrijwillige zorg nodig, dan volgt stap twee met een breder MDO. Stap drie betrekt een externe deskundige die niet bij de behandeling is betrokken. Stap vier en vijf intensiveren de toetsing verder als het langer duurt.
Elke stap heeft een termijn. En die termijnen zijn hard: verloopt een termijn zonder dat de volgende stap is gezet, dan is de onvrijwillige zorg juridisch niet meer te rechtvaardigen. Goede termijnbewaking in de WZD-module is daarom niet luxe, maar noodzaak.
Ambulante onvrijwillige zorg: extra eisen
Sinds de invoering van de WZD is ook ambulante onvrijwillige zorg mogelijk, bijvoorbeeld bij cliënten die thuis wonen of bij zorgboerderijen. De wet stelt daar extra zorgvuldigheidseisen aan. De IGJ toetst of zorgverleners deze extra eisen navolgbaar toepassen en of de zorgaanbieder ze ook in het beleidsplan heeft beschreven.
Concreet betekent dit dat voor elke vorm van ambulante onvrijwillige zorg aanvullend moet worden onderbouwd hoe de veiligheid is geborgd, hoe tussentijds wordt geëvalueerd en hoe snel ingrijpen mogelijk is als de situatie escaleert. Dat vraagt om een ander soort documentatie dan bij intramurale zorg.
Het beleidsplan: niet optioneel
Elke zorgaanbieder die onvrijwillige zorg verleent, moet beschikken over een beleidsplan. Daarin moet minimaal staan welke alternatieve vrijwillige zorgvormen de organisatie hanteert, hoe onvrijwillige zorg wordt toegepast en afgebouwd, en hoe het interne toezicht is geregeld. Bij ambulante onvrijwillige zorg moeten ook de extra zorgvuldigheidseisen expliciet worden beschreven.
Voor de vaststelling van dit beleidsplan is advies van de cliëntenraad verplicht. Wijkt de zorgaanbieder af van dat advies, dan moet die afwijking worden gemotiveerd. De inspectie vraagt het beleidsplan vaak als eerste op, zeker als er meldingen zijn binnengekomen.
Registratie en rapportage aan de IGJ
Zorgaanbieders moeten onvrijwillige zorg elk halfjaar aan de IGJ rapporteren. Die rapportage bevat onder meer cijfers over welke vormen van onvrijwillige zorg zijn toegepast, bij hoeveel cliënten en hoe vaak. Handmatig bijhouden kost veel tijd en is foutgevoelig. Goed ingerichte software met automatische rapportages via IGJ-meldingen neemt dit werk uit handen.
Tot slot
Onvrijwillige zorg blijft voor elke organisatie een lastige balanceeract tussen veiligheid en vrijheid. De WZD geeft daar een strak juridisch kader voor, maar laat tegelijk ruimte voor de professionele afweging door de zorgverantwoordelijke. Die ruimte komt alleen tot zijn recht als de organisatie haar huiswerk op orde heeft: een actueel beleidsplan, een sluitend stappenplan per cliënt, betrouwbare termijnbewaking en een cultuur waarin collega's elkaar durven aanspreken op alternatieven.
Wilt u nagaan of uw organisatie op alle punten van de WZD voldoet? Download dan onze gratis WZD-checklist. Meer achtergrond over hoe Dossier360 WZD-compliant is ingericht, vindt u op onze pagina over WZD-compliance.