Het is dinsdagochtend. Een begeleider weegt mevrouw De Vries en noteert 61 kilo in de dagrapportage. Drie weken later vraagt de zorgcoördinator of mevrouw niet wat magerder wordt. Niemand weet het zeker. Het vorige gewicht staat ergens in een rapportage van vorige maand, of in een schrift op kantoor, of het is nooit opgeschreven. Metingen in het zorgdossier lijken eenvoudig, maar zonder vaste plek en vast ritme zeggen ze weinig.
In dit artikel kijken we naar wat een meting bruikbaar maakt, hoe u omgaat met een meting die niet lukt en hoe u voorkomt dat een gemiste meting ongemerkt blijft.
Waarom losse getallen weinig zeggen
Een meting krijgt pas betekenis als u haar kunt vergelijken. Eén gewicht vertelt niets over gewichtsverlies. Pas als u ziet dat iemand in drie maanden van 64 naar 61 kilo is gegaan, weet u of er iets aan de hand is.
Daarvoor zijn drie dingen nodig. De meting moet op een vaste plek staan, per zorgvrager en per soort meting. Het moment van meten moet kloppen, niet het moment waarop iemand het invoerde. En het moet duidelijk zijn waarom er gemeten wordt. Een gewicht dat hoort bij een vastgesteld risico op ondervoeding is iets anders dan een gewicht dat iemand toevallig noteerde.
Vrije tekst in een dagrapportage voldoet aan geen van die drie. De informatie is er misschien wel, maar niemand vindt haar terug op het moment dat het nodig is.
Hoe legt u metingen vast in het zorgdossier?
Leg elke meting vast als apart gegeven bij de zorgvrager, met het soort meting, de waarde, het moment van meten en de reden. Zo ontstaat per meettype een reeks die u in de tijd kunt volgen.
In de praktijk betekent dit dat u eerst afspreekt wat u meet. Een woonvorm voor ouderen meet andere dingen dan een zorgboerderij of een team in de jeugdzorg. Denk aan gewicht, bloeddruk, pijn of vochtinname, maar ook aan meetinstrumenten met een score, zoals de SNAQ-RC voor ondervoeding of de Braden-schaal voor het risico op doorliggen.
Spreek daarna per zorgvrager af hoe vaak u meet en waarom. Die afspraak noemen we een meetschema. Een voorbeeld: maandelijks wegen, omdat de risicoanalyse ondervoeding als aanwezig aangeeft. Staat de reden erbij, dan begrijpt een nieuwe collega meteen waarom deze meting ertoe doet.
Twee tips uit de praktijk. Noteer het moment van meten, ook als u de waarde pas later invoert. En leg bij een uitslag van buiten, zoals een labwaarde uit een brief, vast dat u die hebt overgenomen. Wie de waarde invoerde is niet altijd degene die mat, en dat verschil hoort zichtbaar te zijn.
Eén meetschema, meerdere redenen
Soms zijn er twee redenen voor dezelfde meting. Een zorgvrager met een risico op ondervoeding gebruikt bijvoorbeeld ook een medicijn waarbij controle van het gewicht wordt geadviseerd. Het ligt dan voor de hand om twee afspraken te maken, maar u weegt iemand niet twee keer omdat er twee redenen zijn.
Beter is één afspraak per zorgvrager per meettype, met beide redenen eronder. De volgende meting wordt verwacht op de vroegste datum die uit die redenen volgt. Vervalt een reden, bijvoorbeeld omdat het risico is opgelost, dan blijft de afspraak staan en schuift alleen de verwachte datum op.
In Dossier360 werkt het meetschema op deze manier. Bij een risicopunt in de risicoanalyse of bij bepaalde medicatie doet het systeem een voorstel voor bijbehorende metingen. Het blijft een voorstel: er ontstaat pas een meetschema als een medewerker het bevestigt.
Wat doet u als een zorgvrager een meting weigert?
Leg het vast. Een geweigerde of mislukte meting is informatie, geen leeg vakje. Noteer wat er gebeurde en of er sprake was van verzet.
Dat laatste is belangrijk. Onder de Wet zorg en dwang (WZD) valt een medische controle die tegen verzet in wordt uitgevoerd onder onvrijwillige zorg. Weigert iemand met verzet een bloeddrukmeting en is die meting wel nodig, dan hoort dat besproken te worden volgens het stappenplan van de WZD. Door het verzet direct bij de meting vast te leggen, gaat die informatie niet verloren tussen de dienst en het multidisciplinair overleg.
Een geweigerde meting telt niet als uitgevoerde meting. Dat voelt misschien streng, maar het is de bedoeling: een noodzakelijke meting die niet is gelukt, moet zichtbaar blijven. In Dossier360 blijft het meetschema dan lopen en kunt u, als uw organisatie de WZD-module gebruikt, vanaf die plek een WZD-traject starten.
Signalen die iemand bereiken
Een afspraak om maandelijks te wegen heeft alleen zin als iemand merkt dat het niet is gebeurd. Tegelijk wilt u geen scherm vol meldingen voor metingen die gewoon volgende week gepland staan. Dan kijkt niemand er meer naar.
Een werkbare regel is daarom: alleen wat achterstallig is, geeft een signaal. Wat nog moet gebeuren is gewoon werk voor de dienst. In Dossier360 verschijnt een achterstallige meting in de attentiebalk bovenaan het dossier. Een schema dat bewust is gepauzeerd, bijvoorbeeld omdat de meting via een WZD-traject loopt, geeft geen signaal.
Maak in uw team wel afspraken over wie die signalen oppakt. Een melding die niemand leest geeft de indruk dat er bewaakt wordt, terwijl dat niet zo is.
Meten als onderdeel van het zorgplan
Metingen staan niet los van de rest van het dossier. Een afwijkende score kan een reden zijn om het signaleringsplan opnieuw te bekijken. Dossier360 stelt dat dan voor, maar wijzigt niets zelf: of de fase moet veranderen, blijft het oordeel van de begeleider.
Ook doelen in het zorgplan kunnen meetbaar worden. Heeft een zorgvrager als doel om op een gezond gewicht te komen, dan koppelt u een meting aan dat doel met een startwaarde en een streefwaarde. De voortgang volgt dan uit de metingen zelf, in plaats van uit een inschatting.
Een laatste punt betreft fouten. Iedereen typt weleens 16,1 in plaats van 61. Corrigeer zo'n waarde door een nieuwe meting vast te leggen die naar de oude verwijst, zodat de oorspronkelijke invoer leesbaar blijft. Zo blijft in het dossier herleidbaar wat er gebeurd is.
Zo begint u
Begin klein. Kies met uw team drie of vier metingen die voor uw zorgvragers echt iets zeggen, bijvoorbeeld gewicht, bloeddruk en een pijnscore, en leg voor elke zorgvrager vast waarom en hoe vaak u meet. Bespreek na een maand of de signalen bij de juiste persoon terechtkomen en of de meetmomenten haalbaar zijn in de diensten. Breid daarna pas uit met meetinstrumenten als de SNAQ-RC of de Braden-schaal. Wilt u zien hoe dit in Dossier360 werkt, dan vindt u een uitleg op de pagina over metingenThis file is outside the session’s working directory, so it can’t be opened here. en een handleiding in de AcademyThis file is outside the session’s working directory, so it can’t be opened here..